De marktslager


In het weekend koop ik mijn vlees altijd op de Groninger markt, bij de kraam van 'De Marktslager'. Omdat het aardige mensen zijn en ze hebben vlees van goede kwaliteit.
Er staan meestal een stuk of 5 mensen te helpen en die lijken bijna allemaal op elkaar. Vast een familiebedrijf.
De oudste snijdt het vlees van de beesten af en houdt overzicht op de voorraad. Hij heeft krulletjes en olijke ogen.
'U lijkt op mijn zuster, mevrouw, die heeft net zulk haar als u.'
Sindsdien begroeten we elkaar altijd als broer en zus en hij bewaart steeds de beste rundertongen en ossenstaarten voor mij.

Dat met die ossenstaarten had eerst nogal wat voeten in de aarde. Ik wou namelijk dat hij die in stukjes van 2 cm breed zou hakken, want dat stond in het recept.
Hij keek mij ontsteld aan:
'Maar mevrouw! Weet u wel hoe een rund eruitziet? Er zit logica in zo'n dier; er is over nagedacht. Een ossenstaart heeft wervels van groot naar klein en als je stukken hakt hak je natuurlijk tussen de wervels!'
O! Dat had ik, als dochter van een veearts, natuurlijk moeten weten!

Maar sinds enkele maanden heb ik mijn broer al niet meer gezien en ik mis hem een beetje. Zou hij met pensioen zijn? Zo oud leek hij mij nog niet, rond de 50, schat ik. In zijn plaats staat er nu een vriendelijke, veel jongere man, het vlees te snijden.

Vandaag spreek ik hem aan en vraag waar die man met die krulletjes toch gebleven is.
'Dat was mijn vader, mevrouw. Hij is gestorven. Kanker.'
'Oh, wat spijtig, dat wist ik niet!' Ik schrik ervan.
'Geeft niet. U kunt ook niet alles weten, mevrouw. Het is alweer een paar maanden geleden.'

Hij hakt mijn runderstaart in stukken, tussen de wervels, vanzelfsprekend.
Maar toch anders.

____________________________


EPILOOG

De tekst van bovenstaand stukje heb ik aan die jongeman gegeven die tegenwoordig het vlees snijdt. De weduwe heeft het ingelijst en het hangt nu te prijken in de woonkamer.
Sindsdien heb ik het gevoel dat ik altijd een beetje als klant word voorgetrokken, maar dat vind ik helemaal niet erg.

Onlangs heb ik het verhaaltje op deze website gezet en ik vond dat er eigenlijk een fotootje van de marktslager bij moest. Dus ik heb de stoute schoenen maar aangetrokken en aan de echtgenote en een van de dochters gevraagd of ze dat een goed idee zouden vinden en of ik dan wel even een foto mocht lenen zodat ik die zou kunnen inscannen.

Op dinsdagmiddag sta ik verwachtingsvol voor de kraam op de Vismarkt.
'Ik heb foto's!' roept de dochter. Ze drukt mij twee dikke familiealbums in de handen. Ik mag ze meenemen.
Ik ben perplex. Wat een vertrouwen om een zo persoonlijk bezit aan een vreemde mee te geven! Ze weten niet eens hoe ik heet! Met de albums en twee riblappen spoed ik mij naar huis.
En nu niet struikelen, of overvallen worden en laat het alsjeblieft niet gaan regenen… Ik vind het griezelig om met zo'n schat over straat te lopen. Thuisgekomen leg ik de albums voorzichtig neer op een plek waar ik er geen koffie overheen kan gooien, want zulke dingen overkomen míj altijd.

Dan begin ik erin te bladeren. Ik lees dat de marktslager Harry Smit heet, zijn vrouw Janet en de kinderen Gezinus, Kina en Geeske. Ik word deelgenoot van hun feesten, hun paasontbijt, hun werk, hun sportieve prestaties en ook hun verdriet door de jaren heen.
De advertentie uit 1982 toen een kilo schouderkarbonades nog f7.90 kostte. De aanschaf van hun mooie nieuwe wagen en de doop met champagne. Het kleine jochie dat van Gezinus een reuzenbot krijgt dat hij amper kan dragen. Een paar bladzijdes verder vermaakt het jongetje zich met de stapels worst. Dat wordt later een slager, dat zie je zo.
Ik ben ontroerd. Een inkijkje in een hechte en hardwerkende familie.



Op de laatste bladzijde is een foto van 1944 van de slagersvakschool geplakt waar opa Gezinus Smit op staat. Nu weet ík wel wie van de 15 opa Gezinus is, want dat staat eronder, maar dat ga ik u niet vertellen.
Als u het goed raadt mag u op mijn rekening een droge worst bij de Marktslager halen.
Zo een waar ze zilver mee hebben gewonnen.