Skrins en Skrok

25 april 2008


Skrins is een gebied van honderd hectare en ligt aan een oude zeearm midden in de Greidhoeke in het centrum van Friesland. De kwel maakt het bestaan mogelijk van schorrezoutgras, goudknopje en schijnspurrie, namen als uit een sprookje.
Skrins, de naam klinkt als de voetstappen op het schelpenpad naar de vogelkijkhut. We proberen het geknars van de schelpen te vermijden en lopen stilletjes in het gras aan de rand van het pad om de vogels niet op te schrikken. En ja, vogels zijn er: honderden Kemphanen die vanuit de overwinteringsgebieden in West-Afrika naar de broedgebieden in ScandinaviŰ, Noord-Rusland en SiberiŰ trekken. Tevens tientallen Grutto's en Kluten. Visdiefjes krijsen ons tegemoet. Ze zijn er weer! Ze zijn weer thuis!

Ik zie voor het eerst Kemphanen van dichtbij. Een ratjetoe van roodbruin, oranje, zwart, grijsbruin en wit bij de mannen, een pokdalige kop. Zotte, flitsende, wanordelijke punkbeesten met hartjesmotieven op de veren. Ze produceren geen geluid, maar fladderen, springen en doen en maken zo een hoop stennis.
De vrouwen foerageren of staan te pitten in het water. Een paar Kluten, Grutto's en Kokmeeuwen scharrelen wat rond. Het is een prachtig tafereel waarvan wij maar niet genoeg kunnen krijgen.

Maar dan wordt de vredige rust verstoord. Een roofvogel heeft besloten om hier zijn ontbijt weg te halen. Het is een Slechtvalk. De Kemphanen vliegen in paniek op. De Kluten, Grutto's en Kokmeeuwen zien het nog even aan. Zo'n Slechtvalk heeft natuurlijk veel liever een lekkere opgevette Kemphaan dan zo'n afgetrainde doordeweekse Kluut of Grutto. Als de Slechtvalk duikstoten in de zwermen Kemphanen maakt gaan ze ook op de wieken; sommige vogels duiken onder water om te ontkomen aan de scherpe klauwen. Met mijn camera volg ik de wilde jacht op de zwermen Kemphanen die bij iedere zwenking een andere kleurschakering aannemen. Het landschap presenteert zich als een transparant gordijn van vogels, waar de Slechtvalk op hoop van zegen gaten in prikt.

Even plotseling als hij gekomen is verdwijnt de Roofvogel weer. De Kemphanen landen niet lang daarna en staan in dichte groepen nog een tijdje beduusd en alert bij elkaar. Het duurt even voordat ze weer ontspannen, maar dan verspreiden ze zich weer over de zoute kwel. In de verte landt de Slechtvalk op een paaltje waar hij getreiterd wordt door een aantal Kieviten. Nog weer later zien we dat hij een prooi in zijn klauwen heeft die hij staat te plukken. Zwarte en witte veren dwarrelen door de lucht.

Verder naar Skrok, de vogelkijkhut Swyns. En warempel, daar gaat waarschijnlijk dezelfde Slechtvalk weer te keer, nu in de slag met een grotere groep van ongeveer 500 Kemphanen. Magnifieke schouwspelen, spelen met licht en kleur. Met mijn camera op de repeteerstand raakt mijn geheugenkaart van 8 GB al aardig vol.
Als de Slechtvalk tevergeefs afdruipt keren in de plas weer de gebruikelijke huiselijke taferelen terug.
Kemphanen die elkaar in de veren vliegen en kissebissende Grutto's. Een Meerkoet verlaat af en toe zijn nest om zich vermanend in het gedoe te mengen.



Een flink aantal Kemphanen heeft al een imposante kraag. De honkmannen verdedigen hun territorium en proberen met hun lange showveren en bonte kuif indruk te maken op hun rivalen en de saai gekleurde vrouwtjes. Eromheen scharrelen de satellieten: mannetjes met een witte kuif en witte kraag. Zij hebben geen honk om te verdedigen. Zij stappen in de buurt van de baltsplaats rond en worden er door de honkmannen getolereerd. Met hun witte pruik zien ze eruit als oude sinterklazen van wie je niets te vrezen hebt. Ze lijken niet veel moeite te doen om een vrouwtje te behagen, maar dat hebben ze ook helemaal niet nodig. De vrouwen kiezen net zo lief voor een satelliet als voor een honkman weet ik uit de boekjes.

Maar vandaag hebben de vrouwen er geen zin in. De honkmannen zetten tijdens het foerageren al hun veren uit als een mottige tweedehands plumeau. In de buurt van een vrouwtje buigen ze hun kop naar beneden, kont omhoog en zo blijven ze roerloos staan wachten opů ja op wat eigenlijk? De dames zijn niet ge´nteresseerd. Die foerageren wat verveeld in het water of steken hun kop tussen de veren voor een dutje. Dat is toch wel wat anders dan ik me had voorgesteld van Kemphanen. Ik had vuurwerk verwacht. Knappe ridders die met hun lanzen in een steekspel de gunst van de mooiste dame verovert. Blazoengeschal, dames die zakdoekjes laten vallen om kenbaar te maken naar wie hun hart uitgaat.



Maar niets van dat al. De ladies hebben geen interesse en ik maak me wat zorgen om het voortbestaan van de soort. Een man stapt minutenlang om een slapend vrouwtje heen. Hij pikt voortdurend in haar verenkleed maar zij neemt niet eens de moeite om op te kijken wie het is.
'Slaap je al?' 'Ja, en bovendien heb ik hoofdpijn.'
Gaat dit wel goed komen met de soort?

Dan herinner ik mij de allereerste lezing van Avifauna die ik ooit bezocht. Die ging over Kemphanen. Een Friese pootaardappelteler, Joop Jukema, had ontdekt dat er een derde kemphaan-man bestaat. Eentje die genetisch wel heel erg verschilt van de honkman en de satelliet: een travestiet met homoseksueel gedrag. Hij paart zowel met mannen als met vrouwen. Hij ziet eruit als een fors uitgevallen vrouwtje. Zelfs de honkmannen tuinen erin. Maar als je hem opensnijdt blijkt hij testes te hebben. Grote ballen. Groter dan die van de andere kerels.
Als kemphaan-vrouw hoef je je werkelijk nergens druk om te maken, alleen maar over de moderne landbouwmethoden.



Mannen genoeg. Maar die zijn voor straks.
Nu eerst die Slechtvalků